Trombone/Bariton

trombone

Trombone

De trombone is een koperen blaasinstrument en wordt tot het scherpe én tot het zware koper gerekend. De naam stamt uit het Frans en betekent “grote trompet”. Een trombone bestaat uit drie onderdelen: een mondstuk dat in een metalen u-vormige uitschuifbare buis (de coulisse) past. Hierna volgt de bekersectie die op het eind conisch uitloopt. Door het uitschuiven van de coulisse kan de bespeler de buislengte verkorten of verlengen, waarmee ook de toonhoogte verandert. We gebruiken 7 posities op de coulisse. Omdat die posities niet gemarkeerd zijn, moet de trombonist puur op gevoel spelen. Een goed gehoor is daarbij noodzakelijk om zuiver te leren spelen.

 

Trombones zijn er in veel verschillende maten en uitvoeringen. Voor jonge beginnende leerlingen is sinds een paar jaren de P-bone beschikbaar. De meeste trombonisten spelen op een tenortrombone en voor diegene die nog lager wil is er de bastrombone.

 

 

bariton

Bariton en Tuba

Vroeger was de tuba iets groter gebouwd dan de bariton, maar tegenwoordig is er weinig verschil meer tussen deze instrumenten. In het orkest is er wel nog verschil tussen bariton en tubapartijen, maar veel baritonpartijen worden de laatste jaren op tuba gespeeld, omdat deze een vollere klank heeft. De tuba behoort tot het zachte én het zware koper. Hij behoort tot de tubafamilie. De bariton zit overal een beetje tussenin en behoort tot de saxhoornfamilie. Een tuba en bariton hebben 3 ventielen waarmee de buislengte verlengd kan worden. Sommige exemplaren hebben een 4e ventiel en dat maakt het spelen iets gemakkelijker. Voor de muzikanten die echt laag willen spelen is er de bastuba.

Terug naar opleidingen